DE PROEFDRUKKEN VAN hEUFLER

 

 

Directeur van de Weense staatsdrukkerij Alois Auer vroeg botanicus dr. Leydolt hem enkele herbariumexemplaren van vaatplanten te bezorgen om deze met behulp van natuurdruk af te drukken. Leydolt liet het succesvolle resultaat zien aan zijn collega Ludwig von Heufler. Deze kwam op het idee dat cryptogamen, lagere planten als algen en mossen, door hun structuur waarschijnlijk natuurgetrouwer af te drukken waren, omdat ze in gedroogde toestand meer gelijkenis vertonen met hun levende voorkomen. Bovendien leek het hem goed juist deze categorie planten te gebruiken omdat er veel minder kennis over bestond. Heufler overtuigde Auer van zijn idee en deze vroeg hem de nodige herbariumexemplaren te leveren. Het leek Heufler het gemakkelijkst hem de collectie planten uit het Arpaschdal te geven die hij op dat moment bestudeerde, niet om ze te publiceren, maar louter als experiment. De resulterende zeven platen waren echter dermate geslaagd dat Auer hem vroeg om dan maar snel een artikel erbij te schrijven, want hij wilde ze graag publiceren. Heufler stemde toe, omdat er over de cryptogamen uit die streek op dat moment nog vrijwel niets bekend was. In 1853 werd Specimen florae cryptogamae vallis Arpasch Carpatae Transilvani (Sporenplanten uit de Arpaschvallei in de Karpaten, Transsilvanië) gepubliceerd. Alle beschreven planten werden, behalve waar anders aangegeven, in het Arpaschdal verzameld.

 

Plaat 7, mossen: Meesia triquetra, mannelijke plant (boven links en rechts), vrouwelijke plant (midden)

Sterrenmos, Mnium ligulatum (onder links en rechts) 

Plaat 1, een draadwier, Cladophora insignis, die Heufler vond in de fontein op de Piazza del Campo in Siena

 

Plaat 4, mossen. ‘Madotheca platyphylla’, Gewoon pelsmos, Porella platyphylla; ‘Madotheca navicularis’, Porella navicularis;

‘Madotheca laevigata’, Getand pelsmos, Porella arboris-vitae; ‘Jungermannia barbata’, Glanzend tandmos, Barbilophozia barbata;

Mastigobryum deflexum; Gymnomitrium coralloides

 

 

Plaat 3, zwammen: paardenhaartaailing, Agaricus androsaceus; ‘Rhizomorpha fragilis’, zwamdraden van de Echte honingzwam, Armillaria mellea;

‘Polyporus perennis’, Echte tolzwam, Coltricia perennis. Korstmossen: ‘Cetraria nivalis’, Bleekgeel boerenkoolmos,  Flavocetraria nivalis;

gleuftakmos Ramalina calicaris; Thamnolia vermicularis; Groot schildmos Parmelia perlata;

Boomkorrelloof Sphaerophorus fragilis en S. globiferus

 

 

Plaat 2, longkorstmos Sticta pulmonacea

 

Aflevering 15: Von Ettingshausen en Pokorny